Wat test de Cito eigenlijk? Welke hoort er niet bij? -peer-appel-banaan-kers?

//Wat test de Cito eigenlijk? Welke hoort er niet bij? -peer-appel-banaan-kers?

Wat test de Cito eigenlijk? Welke hoort er niet bij? -peer-appel-banaan-kers?

Er is in het verleden al meerdere malen onderzoek gedaan naar of de keuze die Cito heeft gemaakt om de toetsing van de spellingvaardigheid als een onderdeel van het dictee te vervangen door een meerkeuzetoets verantwoord is. Het antwoord daarop is een heel helder: nee, ‘het meerkeuzedeel van de Cito is niet valide, diagnostisch onbruikbaar en didactisch nutteloos’. Ik citeer hierbij uit het 2014 onderzoek van Bosman & Schraven – ‘Meerkeuzeopgaven van de Cito- spellingtoets zijn echt niet valide’ (2014).  Lees hier meer over spelling en meerkeuzevragen.

Die uitkomsten zijn heel helder, helaas niet voor Cito zelf blijkt. Ook de politiek komt er niet uit, ook al is men wel verbijsterd hierover.

Mij gaat het nu om de meerkeuzevragen buiten spelling. Ik heb het over de “Welke in de rij hoort er niet bij?” vragen. Want daar valt ook wel een en ander over te zeggen.

Al jaren hebben we hier thuis aan de eettafel pret met de “Welke in de rij hoort er niet bij?” vragen van Cito, die door mijn werk regelmatig voorbij komen. Niet alleen omdat we graag spelen met taal, maar ook omdat de vraag er om vraagt: er is ruimte voor veel interpretatie, oftewel: hoe lees je de vraag en antwoordmogelijkheden.

Bij meerkeuzevragen is er geen ruimte voor meerkeuzeantwoorden. Iemand heeft bedacht welk antwoord goed is, de rest is fout. De bedenker van de toets denkt tijdens het maken hiervan gericht vanuit zijn eigen invalshoek. Veel kinderen (onder andere hoogbegaafden en visuele-ruimtelijke denkers) bekijken de vraag en antwoorden vanuit alle hoeken die er maar zijn, wat ook veel tijd kost.

En dat is mijn punt: voor velen is de rest niet fout. Het creatieve denken wordt hiermee ook absoluut niet gestimuleerd.

Vorige week kwam de volgende vraag vanuit het huiswerk van Amy (groep 7) langs op Facebook:

Welke in de rij hoort er niet bij?: peer – appel – banaan – kers

Vele mensen hebben een erg leuke middag gehad met deze vraag:
Banaan, de andere 3 hebben een pit(ten).*
Banaan, is de enige waar de schil af moet voordat je deze kunt eten.
Banaan, is de enige die niet van Europa kan komen.
Banaan, is de enige zonder de letter E.

Appel omdat het de enige die met een medeklinker begint.
Appel is de enige die een beetje heel blijft in je schooltas.

Kers! Die wordt als enige niet bruin als je ‘m even aangesneden laat liggen.
Het is de kers! Want met kers kan je verven.
Kers, want dat is de enige met een pit (steen) waar je een kussen van kan maken.
Kers, je hebt een bewaarbox voor een appel in de vorm van een appel. Dat zelfde geldt voor de banaan en de peer, maar niet voor de kers!
Een appel, peer en banaan kan je makkelijk schillen voordat je het eet. Maar een kers niet.
Kers

Het ‘juiste’ antwoord komt onderaan deze blog. Lees dus graag nog even door.

Een andere leuke – ook voor op verjaardagen 😉
Welke in de rij hoort er niet bij?: auto bus vrachtauto vliegtuig?

Een vaak besproken Cito-vraag. Vliegtuig hoort daar niet tussen, want die kan vliegen. Andere antwoorden zijn echter ook logisch te beredeneren: vrachtwagen, want die vervoert voornamelijk goederen en de rest voornamelijk mensen. Vrachtwagen nogmaals: alleen met die ga je niet op vakantie. Auto: dat is de enige die in een parkeergarage past.

Er bestaat nog een categorie meerkeuzevragen, die een ‘verhaal’ als basis hebben. Niet alleen voor minder talige kinderen zijn verhaal-sommen lastig, ook voor kinderen die verder denken of creatief denken:

Jantje fiets 5 kilometer per uur.
Hij moet naar de andere kant van de brug. Daar is zijn huis, op 7.5 kilometer afstand. Hoe lang doet Jantje er over om thuis te komen. Er zijn 4 antwoordmogelijkheden gegeven.

Deze vraag heb ik in de lijn van oefen Cito-vragen zelf bedacht voor mijn praktijk. Reacties van kinderen: tja, vertrekt Jantje wel meteen, of blijft hij eerst kletsen. Wie is Jantje eigenlijk en in welk dorp woont hij. Ken ik die route, ik woon immers ook bij een brug. Heeft hij wind mee of wind tegen. Is het een rechte brug of moet hij hoogtje op en hoogtje af. Kan de brug trouwens open, dan kan het namelijk zijn dat hij moet wachten. Moet hij onderweg schuilen tegen de regen. Moet je de brug meerekenen of na de brug beginnen. Etc etc. Ondertussen tikt de klok gewoon door.

Kwalitatief indicatief onderzoek CITO bij hoogbegaafde kinderen
Marleen van Dijk, orthopedagoge, heeft samen met Nienke Ryan en B. Noorland gekeken naar de effectiviteit van Cito toetsen bij hoogbegaafde kinderen. Bij creatief denkende kinderen bemerk je het zelfde effect als zij hebben gemeten.

Hun bevindingen: de kinderen proberen te achterhalen wat de vraag eigenlijk wil meten en werden verward door zaken die niet kloppen. Voorbeeld: als in de tekst staat dat mensen ijsjes gaan kopen en het regent of als er informatie toe wordt gevoegd die er niet toe doet. Dit zien we ook vaak terug bij plaatjes bij de vragen. Ook als er zaken worden benoemd met namen die op meerdere manier uit te leggen en te begrijpen zijn. Dit maakte de kinderen onzeker, maar vertraagt hen ook bij het maken van de toets. Dit terwijl het werkelijke doel – meten wat de kinderen geleerd hebben – niet in kaart werd gebracht.

Daarnaast wordt voorbij gegaan aan bepaalde specifieke kenmerken van oa hoogbegaafde kinderen en ook visuele-ruimtelijke denkers, bijvoorbeeld dat zij vaker problemen hebben met automatiseren. Problemen hebben met automatiseren zegt niets over de intelligentie, vragen die hier een beroep op doen en niet goed beantwoord worden beïnvloeden echter wel de totaal score. Er worden dus conclusies getrokken uit de test terwijl de inhoud niet aansluit bij het kind.

Ook worden in vragen problemen beschreven  die niets met de werkelijkheid te maken hebben of niet relevant zijn. De kinderen begrijpen het doel van de vraag dan niet en worden onzeker, waardoor er meer fouten gemaakt worden. Ook hier streeft de toets zijn doel voorbij, want er wordt niet gemeten wat de kinderen kunnen of hebben geleerd.  Deze kinderen hebben het vermogen om oplossingen te vinden voor echte problemen, zij raken echter verward door ‘domme’, ongeloofwaardige voorbeelden.

“Iedereen weet toch dat een poes 4 poten heeft, dat kan het antwoord dus echt niet zijn. Daar zit meer achter. Misschien moet ik de staart wel mee tellen, dus dan is het antwoord 5!”

Zij kunnen zich dan niet voorstellen dat dit werkelijk gevraagd wordt en gaan er meer achter zoeken – met verkeerde antwoorden tot gevolg.

Het komt bij deze groep kinderen ook regelmatig voor dat ze meer over het gestelde onderwerp weten dan diegene die de vragen gemaakt heeft.  De kinderen kunnen dan niet voor antwoorden kiezen omdat de vragen niet (helemaal) kloppen

De terechte conclusie: de Cito toets meet wat het kind kan, maar zou zich meer moeten richten op waartoe het kind in staat is. Dit is afhankelijk van de methodes die worden gebruikt om kinderen iets te leren, de competentie van de leerkracht en de wijze waarop getoetst wordt. Het gevaar van zoveel variabelen is dat het vormen van conclusies over de invulling van onderwijs voor het kind op basis van de resultaten van de Cito niet aansluit bij het kind en zeker niet zal leiden tot ontwikkeling van het aanwezig potentieel.

Eerst zou gemeten moeten worden of de methodes effectief zijn per kind, of de competenties van de leerkracht toereikend zijn en welke wijze van testen voor welk kind het meest geschikt is.

Tot die tijd gaat de meerkeuzevraag aan diens doel voorbij. Ik heb dit enkele jaren geleden samen met Lilian van der Poel (stichting 360grView) besproken met Cito. Helaas zonder effect. Mijn advies aan ouders is dan ook: ga oefenen op de vraagstelling van de meerkeuzevragen. Niet om de scores van je kind te verhogen, maar om je kind te laten snappen wat Cito bedoelt.

Cito (voorbeeld) rekentoetsen
Voor wie nog meer geïnteresseerd is in toetsen en meten, buiten de meerkeuzevragen om:
ten aanzien van de Cito (voorbeeld) rekentoetsen zijn er ook vraagtekens, iets waar Ben Wilbrink (vraagontwerp, toetszaken) en Henk Pfaltzgraff (wiskunde) zich in ruime mate in verdiept hebben. Die rekenvaardigheid toetst vooral het werkgeheugen, wat absoluut niet het doel hoort te zijn van een toets. De heren spreken over kronkels die moeten worden recht gestreken en over de mogelijkheden om mis te interpreteren. Dit heeft niets met rekenvaardigheid te maken, net zoals de ook hier aanwezige afleidende en niet van toepassing zijnde afbeeldingen in de toetsen. Lees hier meer over de rekentoetsen.

Uitslag
En dan nog de beloofde uitslag van Welke in de rij hoort er niet bij? vraag: peer – appel – banaan – kers. Er zijn in totaal 141 verschillende antwoorden gegeven op deze ene ‘simpele’ vraag. Banaan is de absolute winnaar met 71%. Ook juf bevestigt dat banaan de juiste keuze is. Uitleg waarom, daar was helaas geen tijd voor. Juf bevestigt wel dat er in de praktijk meerdere antwoorden mogelijk waren.

Het onderzoek van Amy:

Amy Huikeshoven met haar uitwerkingen.

De naam en foto’s van Amy zijn met toestemming van haar moeder geplaatst.

* Reactie op de opmerking dat een banaan geen pitjes heeft: hoewel de zaden uit de bananen die wij eten zijn gekweekt heeft een banaan oorspronkelijk echt wel zaadjes! Zou net zoiets zijn als zeggen dat er in een druif geen pitjes zitten alleen omdat wij ze zo aanpassen dat er ze ook zonder kunnen kopen.

Dorien Kok
https://DorienKok.nl

By |2018-05-29T11:40:03+00:00september 28th, 2015|Blog|0 Comments

About the Author:

Leave A Comment